Global

10 minuten

Lukas van Nek

Hoe stelt u als fonds het verplichte Essentiële-informatiedocument (Eid) op?

Beleggingsproducten zijn er in allerlei soorten en maten en ieder product brengt zo eigen risico's en prestatiescenario's met zich mee. Om (retail)beleggers de mogelijkheid te geven om uiteenlopende producten te kunnen vergelijken en doorgronden is een aanbieder verplicht om het Essentiële-informatiedocument (Eid) op te stellen. Ook beheerders van fondsen onder het AIFMD registratieregime zijn verplicht zo’n document op te stellen voordat het fonds toegankelijk is voor retailbeleggers. Aangezien de ontwikkeling van het Eid door menig beheerder als complex wordt ervaren, vindt u dit artikel meer informatie over de ontwikkeling hiervan.


Dit artikel geeft uitleg over het Eid en geeft u inzicht wat AssetCare hierin voor fondsbeheerders kan betekenen.

Wat is het en waarom?

Het Eid is een gestandaardiseerd document dat uit maximaal drie bladzijden mag bestaan. Het heeft als doel om bepaalde kenmerken van ieder beleggingsproduct uit te lichten. De focus ligt vooral op de financiële risico’s in de vorm van een risicoindicator, prestatiescenario’s en de daaraan gerelateerde kosten. Er wordt gebruik gemaakt van voorgeschreven templates, teksten en berekeningen die in het Eid opgenomen of opgevolgd moeten worden. Van een aanbieder wordt verwacht dat het Eid is opgesteld voordat het beleggingsproduct wordt aangeboden aan potentiële investeerders en dat deze periodiek wordt geëvalueerd om het actueel te houden.  


Voor wie geldt het Eid?

Het opstellen van het Eid volgt vanuit een Europese wetgeving. De vereisten hiervan staan beschreven in een Publicatieblad van de Europese Unie. Volgens deze verordening zijn alle beleggingsproducten in te delen in vier categorieën, ieder met hun eigen berekeningen:


Categorie 1: producten waarbij het mogelijke verlies hoger kan zijn dan het geïnvesteerde kapitaal, zoals illiquide Private Equity fondsen


Categorie 2: producten waarbij het verlies niet hoger kan zijn dan het geïnvesteerde kapitaal en waarvan de waarde van het fonds evenredig stijgt met de rendementen van de onderliggende beleggingen. Denk hierbij aan beleggingsfondsen die investeren in financiële producten, crypto of onderhandse leningen uitgeven.


Categorie 3: producten met een hefboomblootstelling, dus producten waarvan waarde van het fonds niet met een contant veelvoud stijgt of daalt met de rendementen van de onderliggende beleggingen, of producten die een onvoorwaardelijke kapitaalgarantie bieden, bijvoorbeeld producten die de goud- of zilverprijs met een hefboomwerking volgen.


Categorie 4: producten die afhankelijk zijn van door de markt niet-waarneembare factoren, zoals levensverzekeringen.


Beleggingsfondsen vallen doorgaans onder categorie 2 doordat het verlies niet hoger kan zijn dan het geïnvesteerde kapitaal.


Wat is de inhoud?

De focus van het Eid ligt op (I) het bepalen van de Samenvattende Risico-Indicator (SRI), (II) het berekenen van prestatiescenario’s en (III) het uiteenzetten van de kosten.


1.         Samenvattende Risico-Indicator (SRI)


De SRI toont een score van 1 tot 7 en bestaat uit een maatstaf voor het onderliggende markt- en kredietrisico, zoals wordt getoond in de afbeelding hieronder. Bij het marktrisico is de mate van volatiliteit van de historische data hetgeen wat het risico bepaald. Als deze data niet beschikbaar is moet een benchmark van de onderliggende beleggingen gebruikt worden. Bij het bepalen van het kredietrisico wordt er gekeken naar of het rendement afhankelijk is van de kredietwaardigheid van onderliggende beleggingen (of debiteuren). Als dit niet het geval is, bijvoorbeeld bij het investeren in cryptocurrencies, is er geen sprake van kredietrisico en wordt de SRI gelijkgesteld aan de marktrisico score.



2.         Prestatiescenario’s


Op basis van dezelfde historische data als het marktrisico, worden de financiële gevolgen van een investering in het betreffende beleggingsproduct weergegeven aan de hand van een gunstig, gematigd, ongunstig en stress scenario. Hiervoor is naast de historische data ook de aanbevolen periode van bezit (in jaren) nodig. Met deze gegevens kunnen complexe formules worden gevolgd om de verschillende scenario's voor de gehele aanbevolen periode, de helft van de aanbevolen periode en één jaar te kunnen berekenen. Hierbij dient uitgegaan te worden van een investering van EUR 10.000. De scenario’s worden gepresenteerd als jaarlijkse percentages en eindbedragen na aftrek van alle kosten.


De onderstaande tabel toont aan hoe dit gepresenteerd dient te worden:

3.     Kosten


Bij eventuele kosten kunt u denken aan bijvoorbeeld in- en uitstapkosten, vaste kosten, transactiekosten, of prestatievergoedingen. Deze worden voor dezelfde periodes berekend als de prestatiescenario’s en worden getoond voor het gematigde scenario. Daarbij moet het effect van deze kosten op het rendement worden berekend door het verschil tussen de bruto en netto rendementen te tonen.


De onderstaande tabellen tonen aan hoe dit gepresenteerd dient te worden:

Hoe gaat AssetCare om met het opstellen van het Eid?

AssetCare verzorgt zowel de opstart van nieuwe beleggingsfondsen als de administratie voor operationele fondsen. Als onderdeel van onze dienstverlening faciliteren wij in de ontwikkeling van Eid's voor onze klanten. Voor de berekening van risicoscores, prestatiescenario´s en kosten heeft AssetCare eigen software ontwikkeld. De beheerder levert de (1) van toepassing zijnde kosten, (2) aanbevolen periode van bezit en (3) historische- of benchmark data aan en de software voert automatisch alle vereiste berekeningen uit. De diverse tabellen worden door ons aangevuld met de benodigde teksten om een compleet Eid op te leveren. Op deze manier is het Eid een meerwaarde die inzicht biedt aan uw (potentiële) investeerders in onder meer de gelopen risico’s.


Mocht u vragen hebben over dit artikel of wilt u het Eid door AssetCare laten opstellen, dan kunt u gerust contact met ons opnemen.

GET IN TOUCH

Lukas van Nek is Data Analyst bij AssetCare en heeft een achtergrond in Econometrie op de Universiteit van Amsterdam. Hij houdt zich met name bezig met procesverbeteringen, datamodellering en het oplossen van complexe datavraagstukken. Zo heeft hij een instrument ontwikkeld waarmee fondsen hun risicoscore kunnen berekenen (SRI), zoals vereist door de PRIIPS-regelgeving.

Schedule a Call